Onderzoek mobiliteit overhandigd aan gedeputeerde

Wethouder Kees Weststrate overhandigde op maandag 12 maart een onderzoeksrapport over mobiliteit in de gemeente Borsele aan gedeputeerde Harry van der Maas. Via het onderzoek is de mobiliteitsbehoefte van inwoners in kaart gebracht. Daarbij is ook gekeken hoe aanpassingen van het huidige aanbod – of aanvullende oplossingen – kunnen leiden tot een aanbod dat past bij de behoefte van inwoners.

Goed openbaar vervoer is een gezamenlijke verantwoordelijkheid

De gemeente is primair niet verantwoordelijk voor het aanbod van openbaar vervoer, maar vindt mobiliteit wel belangrijk voor de leefbaarheid van de dorpen. Wethouder Weststrate: “Vanuit de dorpen ontvangen wij als gemeente signalen van onvrede over het huidige openbaar vervoer. Wij zouden dit vraagstuk bij de Provincie kunnen leggen als verantwoordelijke voor het OV, maar wij vinden het belangrijk om samen te kijken naar goede oplossingen voor de toekomst.”

Gedeputeerde Harry van der Maas pakt die handschoen graag op. “Ik juich toe dat gemeenten dit soort onderzoeken uitvoeren, omdat zij de lokale situatie het beste kennen. Het is ook goed dat de buurtbusvereniging betrokken is geweest bij het onderzoek en meedenkt over de rol die zij kunnen spelen. Ik zal de inhoud dan ook met veel interesse bestuderen. Het karakter en de bijzondere structuur van Zeeland vraagt om creatieve oplossingen op het gebied van mobiliteit. De tijd is rijp om vervoer anders, en met elkaar, te gaan organiseren, op weg naar een flexibeler inzet van mobiliteit. Wij geven graag gevolg aan het rapport door het gesprek aan te gaan met de diverse betrokken partijen. Hoe kun je samen kijken naar nieuwe, innovatieve concepten voor het ov in plattelandsgemeenten? Daar ligt voor ons de uitdaging”, aldus de gedeputeerde bij de overhandiging.


Opvallende punten uit het rapport:

  • De inwoners van Borsele zijn zelfredzaam op het gebied van mobiliteit. Dit geldt voor de inwoners van 18 jaar en ouder. Zij bezitten vaak één of meerdere auto’s of zijn in staat zelf vervoer te regelen.
     
  • De jongeren (t/m 17 jaar) hebben wel behoefte aan openbaar vervoer, maar het huidige mobiliteitsaanbod sluit niet aan op die behoefte. Zie de jongeren tot 18 jaar als de belangrijkste doelgroep.
     
  • Zorg voor een betere afstemming tussen treintijden, schooltijden en de vertrektijden van de huidige openbaar vervoersvormen. Onderzoek of er meer scholierenlijnen/spitsbussen kunnen rijden zoals in ’s-Gravenpolder.
     
  • Momenteel is het Tolplein het centraal verzamelpunt. Uit het onderzoek komt naar voren dat diverse partijen het logischer vinden als Goes het centrale verzamelpunt zou worden. Dit zou reistijden kunnen verkorten.
     
  • Het gebruik van de haltetaxi is extreem laag. Een derde van het inwonerspanel en een derde van de jongeren is niet bekend met deze vervoersvorm. Geef daarom nog meer bekendheid over de diverse vervoersvormen, zoals de dienstregeling van de buurtbus en de haltetaxi.
     
  • Combineer vervoerssystemen waar mogelijk. Een combinatie tussen het reguliere- en het doelgroepenvervoer biedt kansen om verschillende vervoersvormen onder te brengen in bijvoorbeeld een Gemeentelijke Vervoer Centrale.
     
  • Het Rijk en de provincie promoten het starten van pilots. Er is dus geld beschikbaar voor (duurzame) initiatieven, zoals elektrische auto’s of het delen van auto’s. Gezien het hoge autobezit kan het voor inwoners aantrekkelijk zijn om hun auto te delen. Door het initiëren van pilots kan onderzocht worden of dit betere alternatieve vervoersvormen zijn.

Lees hieronder het volledige onderzoeksrapport.